Een servomotor is een apparaat dat dient om een mechanisch systeem te regelen, of bij te sturen of te manipuleren. Dat heet men de Servotechniek. Er is bij de servotechniek niet echt een directe mechanische verbinding met de te besturen mechaniek. Meestal loopt de besturing van een elektronische, elektrische of pneumatische verbinding.

 

Er bestaan 2 soorten Servotechnieken:

 

1) Een analoog systeem dat heel simpel werkt via aansturing van prikkels en pauzes en deze via een bepaald ritme af te wisselen.

2) Een digitaal systeem dat wordt bestuurd via een microprocessor en elektronische impulsen. Voordeel is dat de aansturing veel nauwkeuriger kan worden bestuurd!

 

Een servo wordt bij de meeste mensen gekend als wat uw stuuraandrijving regelt van je wagen! Zodat je niet met alle macht moet zitten sleuren aan je stuur bij een maneuver!

Maar uiteraard kent de servotechniek nog heel veel andere toepassingen. Vooral in de industrie om bv trilvullers te besturen die moeten bepalen hoeveel hoeveel eenheden gescheiden of moeten verplaatst worden op een transportband! Uiteraard wordt het ook gebruikt bij heftarmen van robots en nog vele andere toepassingen.

 

Een servo bestaat uit de volgende onderdelen:

 

  • Elektromotor.
  • Vertragingskast.
  • Een microcontroller met de besturingselektronica.
  • een encoder of potmeter
  • Aansluitkabel.

 

De elektromotor wordt aangedreven via een aandrijftandwiel dat in verbinding staat met de vertragingskast. Die vertragingskast wordt aangedreven door een microcontroller wiens elektrische input wordt bestuurd of gemanipuleerd door een encoder of potmeter!

 

Bij trilvullers is het door de encoder dat pauzes en impulsen in een afwisselend ritme worden aangestuurd, waardoor er een soort trilling ontstaat die voorwerpen kan verplaatsen in een bepaald ritme!